Na een week van algehele vermoeidheid lig ik peinzend op mijn bed. Ik ben zo moe dat ik ’s ochtends niet meer weet hoe ik ooit iets gedaan ga krijgen en ik heb pijn, een vreemde pijn in mijn bovenbenen, die krachteloos aanvoelen. Ik heb geen energie meer en ben bang tijdens het lopen door de benen te zakken. Vriendlief gevraagd de hond voor me uit te laten vandaag en de boodschappen te doen, dat helpt alvast. Maar dan. Wat dan?
Ik lig op mijn bed met de baby naast me en het lukt niet te ontspannen. Ga met de aandacht naar de pijn, is wat ik geleerd heb. Wat heeft het te vertellen? Ik bedenk als ik toch niet slapen kan, dat ik er net zo goed een trancereis op kan wagen. Ik heb het lang niet meer gedaan, zou het nog lukken? Ik roep mijn krachtdieren in mijn gedachten: Kikker, Kraai en Uil. Kikker om naar het probleem te duiken, Uil om het te zien en Kraai om te vertellen wat er is. Tot mijn verbazing zie ik ze meteen. Ze duiken in mijn been en ik hoor woorden:
Je afvoerputje is verstopt, zegt Kraai. (Is dat toeval? Dat was in werkelijkheid ook zo, van de week, in de douche). Wat betekent dat? Er zitten blokkades in, is het antwoord. En je hebt een hoop vuil water in je lichaam, dat blijft stilstaan. Daar komt die pijn van.
Kraai haalt met zijn snavel troep uit een denkbeeldig putje in mijn been. Ziezo, dat ruimt op. Wat nu te doen? Spoelen, zegt kraai. Vuil water, dat zijn negatieve emoties. Die spoel je weg met schone. Schone emoties, dat is liefde, ontroering, dankbaarheid. Daar word je fris en energiek van.
Ik vraag me af wat dan die troep is, die blokkades, wat daarmee te doen. Opruimen dus. Wat het precies is, dat boeit niet eens. Alles waarvan je weet dat het overbodig is kan hup, eruit. Op de composthoop! Energetische recycling.
En hoe nu verder, om te zorgen dat het putje schoon blijft? Concentreren op het positieve, het goede, het liefdevolle. Eigenlijk wist ik dat al. Is dat niet altijd het probleem, te doen wat je weet, niet terug in een lang uitgeslepen groef te glijden in een eindeloze cirkel… Nieuwe paden maken, dat duurt even. Maar we gaan verder, met frisse moed.
Als ik terugkeer voel ik me gelijk al beter. De pijn is minder, de energie keert terug. Als de kleine wakker wordt bind ik hem op mijn rug en doe de afwas, zingend. Dan maak ik een sopje en stof mijn sjamanistisch altaar af. En het beeldje van de Uil op mijn kast, de gedroogde kikkerpoten, de kraaienkrachstok in mijn ‘huisboom’. Net op tijd geloof ik, een of ander beestje had eitjes gelegd in een stukje wolvilt, spinnenwebben zaten op mijn trommelstok. Ik klop alles uit buiten, geef gelijk de pas geplante zaadjes water in de tuin. Smudge mezelf, mijn huis, mijn baby, reinig alles, ruim baan voor het goede.
De lente is begonnen, de voorjaarsschoonmaak ook.